Kinderen en de dood

“Voor oma, omdat u bijna gaat sterven”. Dat moest er van Elianne op de tekening die ze maakte voor mijn oma, haar overgrootoma. Even later moest het toch weer anders: “Voor oma, omdat ik verdrietig ben dat u bijna gaat sterven.”

Het was een thema hier bij ons, de afgelopen weken: de dood, sterven, en de hemel. Want (overgroot)oma is gestorven; ze is niet meer bij óns, maar nu bij Jezus in de hemel.

De dood en kinderen

We zagen het aankomen: oma zou binnenkort gaan sterven. Het kwam niet totaal onverwacht; we konden er – in zekere zin – naar toeleven. We vonden het belangrijk om dit proces samen met onze kinderen door te maken. Om Elianne en Joël (nu 4 en 2), onder goede begeleiding, te confronteren met de dood – omdat ze hier vroeger of later mee te maken gaan krijgen. Om niet te hoeven zeggen dat oma “ineens weg” is, maar om te kunnen vertellen waar ze nu wél is: bij Jezus in de hemel. Om ook een concreet markeringspunt te hebben in het afscheid, wat helpt om oma los te laten en het een plekje te geven dat ze er niet meer is.

Iedereen maakt hier zijn eigen keuzes in. Wij hebben de keuze gemaakt om het proces wél ook door onze kinderen te laten beleven. En dat was erg goed. In deze blog een inkijkje in hoe wij dit hebben ervaren.

Boekjes

Voor ons kwam het overlijden van oma niet totaal onverwacht. Dit maakte het gemakkelijker om er met de kinderen bewust mee om te gaan. Toen duidelijk werd dat oma op korte termijn zou sterven, lazen we diverse boekjes. We kregen een boekje te leen waarin de dood vanuit christelijk perspectief benaderd wordt: “Om nooit te vergeten”, waar ook een bijlage en lesbrief bij te downloaden zijn. Het mooie in dit boekje vond ik dat de dood ingekaderd wordt in het geloof dat God erbij is, in leven én in sterven.

Daarnaast lazen we (wat geweldig dat ook dat bestaat!) “Lieve oma pluis”, van Dick Bruna. Een ‘gewoon’ Nijntje-boekje. Maar waar “Om nooit te vergeten” soms wat abstract blijft, gaat dit boekje heel concreet in op de rituelen rond een begrafenis. Vooral dit boekje hielp ons om de kindjes voor te bereiden op wat er komen ging.

Praatjes

We praatten in deze periode vaak over oma, over doodgaan, over de hemel. Zomaar – kleine, losse momentjes tussendoor: nadat we het hadden over oma die binnenkort naar Jezus zou gaan, kon het direct daarna weer gaan over wie de hoogste Duplo-toren kon bouwen. Zo zijn kinderen, prima. En zo kreeg het een plekje in hun leven.

Wat we vooral vertelden, is dat oma bijna zou gaan sterven. Dat haar lichaam dood is, dat haar lichaam het niet meer doet. Maar dat wie ze ís, niet dood is. Dat ze voor altijd bij Jezus leeft. We benadrukten tegelijkertijd dat we wél verdrietig zijn; want we houden ook veel van oma’s lichaampje: daarmee kon oma knuffelen, praten, of ons verwennen met snoepjes. En dat kan nu niet meer. Dus we gaan haar ook missen, en daar huilen we om. Als Jezus op een dag terug komt, krijgt oma een nieuw lichaampje. En het lichaam wat ze nu nog heeft, wat zo mooi door God is gemaakt, gaan we een plekje geven op de begraafplaats.

En toen was oma gestorven

En toen kwam de nacht dat oma stierf. In haar slaap gleed ze vredig weg, zo in Jezus’ armen. De volgende dag vertelden we dit tegen Elianne en Joël. Ze keken allebei even erg verdrietig, en gingen toen gewoon aan de dag beginnen.

De volgende dag zijn we bij oma gaan kijken. Met elkaar. Oma lag ‘gewoon’ in bed, ze lag er mooi en vredig bij. En daarom durfden we het aan, en leek het ons goed, om onze kinderen óók bij oma te laten kijken. We vertelden dat het net leek of oma sliep, maar dat ze niet meer tegen ons kon praten, of naar ons kon kijken, of ons kon knuffelen.

Een beetje bedeesd gingen de kindjes, bij ons op de arm, mee naar het bed van oma. We keken naar haar. We praatten zachtjes over oma. We vertelden dat ze nu bij Jezus is. Stil en onder de indruk keken de kindjes toe. Daarna gingen ze lekker spelen in oma’s woonkamer, en konden ze – nog één keer – verwend worden door de snoepjes die oma altijd in huis had. Even later wilde Elianne zelf nóg eens kijken bij oma – en opnieuw zijn we bij haar bed gaan staan. Om afscheid te nemen; om nog een laatste keer te kijken naar degene van wie we houden.

De begrafenis

Na lang wikken en wegen hebben we besloten de kindjes niet mee te nemen naar de begrafenis. Met pijn in ons hart. Want Elianne begon er zelf om te vragen! Ze wilde echt heel graag mee naar de begrafenis. Maar helaas viel de dag van de begrafenis samen met de aller- allereerste schooldag van Elianne. En, wat onzeker als ze is, leek het ons voor haarzelf beter dat ze direct kon instromen en de eerste dag op school mee kon maken. Hét afscheidsmoment voor onze kindjes was dus het moment dat we bij oma thuis waren, haar nog één keer konden zien, en haar daarna los mochten laten.

Het leven gaat weer verder

En daarna gaat het leven weer verder. Oma is er niet meer, maar wij leven hier op aarde nog door. Inmiddels is het een paar weken geleden. En nog steeds, tot op de dag van vandaag, beginnen de kindjes over oma. ‘Gewoon’, alsof het heel normaal is; en zo geven ze het een plekje in hun leven.

Joël houdt er van om ’s avonds in bed nog lang in zichzelf te liggen praten, en zo de dag te verwerken. En zo hoorde ik hem laatst tegen zichzelf praten, over “oma…dood”, en over “hemel en Here ‘Tod'”. Of vorige week aan tafel. Toen Joël begon over oma in de hemel, hij wilde “graag efen kijken”. Ik reageerde: “Ja, dat zouden we soms wel willen hè, even om een hoekje kijken, zodat we weten hoe het in de hemel is.” En Elianne die daarop reageert – precies zoals past bij haar letterlijke-kleuter-werkelijkheid: “Maar in de hemel zijn helemaal geen hoekjes toch, de hemel gaat altijd maar door en door en door.”

Zo krijgt het sterven van oma een plekje. Meerdere keren in de week wordt ze nog genoemd. Mét onze kinderen konden we dit zo beleven. En voor ons was dit goed.

 

Leave a Reply