‘Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn’

Weemoedig. Dat is het woord wat er het beste bij past. Weemoedig word ik van het afsluiten van een fase. De dagen kruipen soms voorbij, maar de jaren vliegen. En nu is de tijd daar om afscheid te nemen. Afscheid van de babytijd van onze kinderen.

“Ik is groot”

Joël slaapt nog in zijn babybed maar hij is inmiddels echt toe aan een groot bed. Want “Ik is groohoot!” En omdat we niet weten of er ooit nog een kindje zal komen, en we geen plaats hebben om de babykamer te bewaren, verkopen we de hele set (iemand interesse?).

Gek genoeg vind ik het afscheid van de babykamer nog tot daar aan toe. Maar wat me het meest weemoedig maakt, is het afscheid van “De Stoel”. Eigenlijk is De Stoel zo bijzonder niet. Gewoon een normale stoel, vierenhalf jaar geleden tweedehands gekocht via Marktplaats. Niet bijzonder om te zien. Niet speciaal luxe of uniek. Maar toch… De Stoel is een trouwe bondgenoot geweest.

Trouwe bondgenoot

Vierenhalf jaar geleden kwam De Stoel in ons leven. De Stoel werd geplaatst in een roze babykamer. Uren werden doorgebracht in De Stoel. Op zweterige zomerdagen en in vrieskoude winternachten was De Stoel daar. In De Stoel werd gevoed, kreeg Elianne te drinken, ontving ze leven keer op keer. In De Stoel werd ze trots bejubeld en eindeloos geknuffeld.

Twee jaar later bleef De Stoel staan maar veranderde de kamer van kleur. Van roze werd het blauw. En weer werden uren doorgebracht in De Stoel. In De Stoel werd gezeten, stralend van trots en huilend van uitputting. Met een gebroken lichaam en zeeën aan pijn, en met dankbaarheid voor een warm lichaampje en elke liefdevolle voeding die er was. De Stoel was daar altijd. Voor een vermoeid lichaam, en voor een kleine jongen die in koude winternachten graag nog even bij mama wilde drinken.

De Stoel en… God

En deze week gaat De Stoel weg; verkocht. De tijd gaat verder. Terwijl ik dit blogje type, zit ik – uiteraard – in De Stoel. Bijna voor de laatste keer. En ik mijmer over De Stoel en de bijzondere tijd die achter mij ligt. En meer en dieper en verder zie ik de parallellen. Tussen De Stoel en…God.

De Stoel was er altijd, wat er ook gebeurde. De Stoel was er altijd, bij tranen van blijdschap en bij tranen van verdriet. De Stoel was er altijd, bij dag en bij nacht. De Stoel was er altijd, op zonnige zomerse dagen en op druilerige regendagen. De Stoel was er altijd, in warmte en in kou. De Stoel was er altijd, bij dag en bij nacht.

En zo wordt De Stoel voor mij ineens een poort naar de hemel. Het laat mij een kleine blik werpen op de Eeuwige. Die er altijd is. Die er altijd zal zijn. Op mooie, stralende dagen vol leven; en in donkere, koude nachten vol pijn.

Adieu

En nu gaat De Stoel naar een nieuwe eigenaar. Ik neem afscheid van mijn trouwe bondgenoot. Een nieuwe fase gaan we in. Dág babytijd en welkom nieuwe fase. De Stoel gaat weg; maar wat blijft, is datgene waar De Stoel naar wijst. Hemel en aarde zullen voorbijgaan, kamers en stoelen komen en gaan. Maar “Niets kan mij ooit scheiden van Jezus, mijn Heer.”

Ik hoop en bid dat De Stoel ook voor de nieuwe eigenaar een poortje naar de hemel mag zijn, zicht mag geven op Jezus. Adieu, Stoel! En dank, Almachtige, dat U nooit loslaat; dat U ‘er bent’, en ‘er zal zijn’.

Leave a Reply