God en verstoppertje spelen

[Onder ‘Zoeken naar God’ schrijf ik over het leven – als moeder – met God. Hoe zie ik God terug in het dagelijks leven als moeder? Wat leer ik, door het moeder-zijn, over God?]

verstoppertje_spelen_en_GodHet is één van hun favoriete spelletjes: verstoppertje spelen. Elianne en Joël vinden het allebei geweldig. Het bedenken van een verstopplek – het aftellen – de spanning van het wachten – het zoeken – de verraste kreten bij het gevonden worden.

In deze blog 4 gedachten over wat God en verstoppertje spelen mij leren.

1. Waar zoek je?
Het leuke van verstoppertje spelen met kleine kinderen, is dat ze nog geen realistisch besef hebben van grootte en hoogte. Voor hen kunnen we net zo goed verstopt zitten in een onmogelijk klein kastje, als onder het bed. Zo had ik zelf eens een heel goede verstopplek ontdekt: in de vensterbank achter het gordijn. Het kon niet, maar toch kon het. Jesse was de zoeker, en al gauw had hij Elianne en Joël gevonden, die hem daarna uiteraard hielpen om mij te zoeken. Jesse kon mij niet vinden. Op geen van de plekken waar ik kon zijn, was ik. Maar vol passie in haar zoektocht trekt Elianne het gordijn opzij. En ja, zij vindt. Het zet mij aan het denken. Is God misschien te vinden op plekken waar God niet kan zijn?

Eens tijdens een ander partijtje was ik in Joëls bedje gaan liggen. Eigenlijk was dit een plek waar ik niet eens verstopt zat. Maar de plek was zó onverwacht, dat de zoeker toch haast aan mij voorbij liep. Loop ik misschien soms bijna (of helemaal) voorbij aan God, omdat ik Hem daar niet verwacht?

2. Piep-piep
Verstoppertje spelen, wij doen dat vaak voordat Elianne en Joël naar bed gaan. Op de hele bovenverdieping, de kids al in pyjama, een moment van lol met elkaar. Eén van de afspraken bij ons spelletje is dat degenen die verstopt zijn zo af en toe “Piep-piep” zeggen. Zo kan de zoeker een idee krijgen waar iedereen verstopt zit. Maar soms, als ik verstopt zit, zeg ik even niets en moet er verder doorgezocht worden.

Laatst sprak ik met iemand over ‘God zoeken’. Soms vind ik dat best moeilijk. God is er; en Hij is er niet. Onnoembaar aanwezig; mysterieus tastbaar. Deze persoon zei tegen mij: “God verbergt zich soms; God wil dat wij op zoek zijn naar Hem, dat we Hem najagen.” Ik maakte de vergelijking met ons verstoppertje spelen en onze ‘regels’ bij dit spelletje. En ik reageerde dan ook naar deze persoon: “Als God zich verstopt, dan zou ik het fijn vinden als Hij – met eerbied gesproken –  zo af en toe ‘Piep-piep’ zegt.” Soms hoor ik Zijn ‘Piep-piep’, als ik luister, voel, hoor, ervaar. Maar soms blijft het stil.

3. Zoeken en gevonden worden
Elianne en Joël hebben de grootste lol op het moment dat ze gevonden worden. Of – om meer recht te doen aan de realiteit – Elianne verklapt graag vooraf al waar ze zich gaat verstoppen, of maakt dusdanige geluiden dat het bij voorbaat al duidelijk is waar ze zit.

De hele lol van verstoppertje spelen is: dat je gevonden wordt.

Ik leer hiervan dat de hele lol van verstoppertje spelen is: dat je gevonden wordt. Het is niet leuk wanneer je eindeloos op je verstopplekje zit te wachten tot de zoeker je vindt. Het is niet fijn wanneer jouw verstopplek zó goed is, dat je maar alleen blijft zitten. Hoe zou dat zijn bij God?, vraag ik me af. Als de hele lol van verstoppertje spelen is: dat je gevonden wordt; heeft God, met eerbied gesproken, dan vaak lol?

4. Zoeken of verstoppen
Joël heeft de regels van het verstoppertje spelen nog niet zo door. Hij gaat vaak bij zijn grote zus zitten, of loopt alweer weg van zijn plekje voordat de zoeker klaar is met tellen. Maar een plezier dat hij in het spelletje heeft! Hij verstopt, en hij zoekt, en hij vindt; en dat allemaal in één en hetzelfde partijtje.

Op een dag zit ik op de bank, en denk ik na over verstoppertje spelen en God. Ik denk aan Joël die tijdens het spelen in de veronderstelling leeft dat hij aan het zoeken is, terwijl hij eigenlijk degene is die aan het verstoppen is. En ineens dringt het tot me door: misschien ben ik in dit ‘partijtje’ wel helemaal niet de zoeker…

En heel zacht, vol schroom en heilige eerbied, zeg ik tegen de Zoeker: “Piep-piep”.

 

Voor de geïnteresseerde: hier een oud maar mooi gedicht over zoeken naar God, geschreven door Jacqueline van der Waals

Bron picto: http://www.sclera.be/nl/picto/detail/21057

Leave a Reply